Dag 40

Dag 40 Assisi rustdag woensdag 11 juni 2014

Achteraf was deze rustdag niet nodig geweest. Beiden hadden niet de behoefte om weer naar Assisi te gaan en ook het bezoeken van een kerk, gebouwd door Franciscus hadden we geen zin in. Maar tijdens de voorbereiding hadden we gezegd een stop in het Goetheanum en in Assisi.

Het goede van deze dag is dat we veel over Franciscus en zijn ideeën en zijn leer kunnen nadenken en bespreken.

Beiden kunnen wij de leer van hem erg respecteren en die komt ook dicht bij onze waarden en normen. Het is dus wel prettig dat deze dag verdieping geeft.

20140612-201035.jpg

We bekijken onze route. Het is nog maar vier dagen naar Rome met Reitsma. Het worden korte etappes. Twee van ongeveer 50 en twee van ongeveer 60 km. De hoogtelijnen gaan op en neer we weten niet hoe zwaar dat wordt. Dan nog een etappe naar de kapel Qua Vadis. We weten niet hoelang die zal zijn en hoe we daar het beste komen, we moeten maar in Rome kijken hoe dat gaat.

Over 5 fietsdagen zit onze fietsreis er op. Ik ben daar dubbel in. Enerzijds ben ik trots dat we het halen en doen, maar anderzijds vind ik het ook heel erg jammer dat het afgelopen is. Is dat waarom we een dag extra blijven, willen we de reis nog wat rekken?

Het wordt steeds warmer. In de schaduw is het zelfs heet. We gaan zwemmen in het zwembad op de camping. Verplicht met badmuts, die je daar moet kopen, maar waar al het haar onder uitkomt. Weinig zinvol, maar och andere gewoonten. We zitten heel lang in het water het is heerlijk koel. We ontmoeten nog twee stellen die onderweg zijn naar Rome, beiden zijn al eerder naar Santiago di Compestela gefietst. Leuk mee gesproken. In het begin kwamen we weinig Romegangers tegen, maar nu we steeds dichterbij komen ontmoeten we er steeds meer. Het zijn voornamelijk Nederlanders. Volgens de Santiago gangers is het naar Santiago leuker vanwege alle nationaliteiten. Daar kan ik me wat bij voorstellen.

Als we uit het zwembad komen nodigen onze Britse buren (John en Anny) ons uit om een curry mee te eten. Het wordt een heel gezellige avond met persoonlijke gesprekken over opvoeding, geen kinderen hebben en over overleden ouders. Het is reuze gezellig, maar ook persoonlijk. Bijzondere ontmoeting.

Het maakte wel dat wij wat later naar bed gingen, maar ach dat moet kunnen.

Vertaling van Cantico della Creature (Het loflied op de schepselen) door Franciscus van Assisi

Geloofd zij gij, mijn Heer, met al uw schepselen, vooral heer broeder Zon die de dag is en door wie u ons verlicht En hij is mooi en stralend, groots en doordringend van u, allerhoogste, is hij het levende teken. Geloofd bent u, mijn Heer, door zuster maan en de sterren aan de hemel hebt u ze gezet, schitterend, kostbaar en mooi. Geloofd bent u, mijn Heer, door broeder wind en door de lucht en de wolken door het helder weer en ieder jaargetijde waardoor u uw schepselen in leven houdt. Geloofd bent u, mijn Heer, door zuster water, die zo nuttig is, nederig en kuis. Geloofd bent u, mijn Heer, door broeder vuur, door wie u de nacht voor ons helder maakt. En hij is mooi en vrolijk en onbedwingbaar en sterk. Geloofd bent u, mijn Heer, door zuster aarde onze moeder, die ons in leven houdt en allerlei geurige gewassen en kleurige bloemen en kruiden voortbrengt. Loof en zegen mijn Heer en dank en dien de Heer met grote nederigheid. Geloofd bent u, mijn Heer, door ieder die vergiffenis schenkt door uw liefde en die ziekte en verdrukking en pijn verdragen. Gelukkig zij die dat dragen in vrede, want door u, Allerhoogste, zullen zij gekroond worden. Geloofd bent u, mijn Heer, door onze zuster de dood van het lichaam waaraan geen levend mens kan ontsnappen. Wee hen die sterven in zonde. Gelukkig wie de dood aantreft binnen uw allerheiligste wil, want de tweede dood zal hen geen kwaad doen. Loof en zegen mijn Heer, en dank hem met grote nederigheid

De lofzang begint met de maan en de zon en daalt via de elementen trapsgewijs af naar de aarde, ‘onze moeder’, met haar vruchten, bloemen, bomen, gras en al wat leeft, en waar ook de mens zijn plaats heeft. De maan, zon en de elementen worden aangesproken als ‘broeder’ en ‘zuster’, en ‘zuster aarde’ ook als ‘moeder’. Hiermee plaatst Franciscus al wat leeft in een warme, innige band met aarde, elementen, zon en maan, en vooral met God, de Schepper van dat alles.

De mens wordt in dit loflied gekwalificeerd als een mens die bescheiden zijn plaats weet binnen het grote, prachtige geheel der dingen, zich verbonden voelt met zijn Schepper die hem in al wat Hij geschapen heeft zo oneindig dichtbij is, en gelooft in de vergeving van de zonden, de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven (conform de laatste frasen uit de geloofsbelijdenis).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s